Leutingewolde
Buurtschap Leutingewolde
Leutingewolde Nu

   Leutingewolde

Het Leekstermeer is onderdeel van de Electraboezem en heeft net als de rest van deze boezem een streefpeil van NAP 
–0,93 m. Het Leekstermeer fungeert net als de andere delen van de Electraboezem onder meer als opvangbuffer voor overtollig water.
In natte tijden moet het meer dus hogere waterstanden kunnen verdragen. 

Poldergemaal
De waterstand wordt gemeten bij het poldergemaal Leutingewolde, vlak bij de camping aan het Leekstermeer, op de grens van Groningen en Drenthe. 
Het poldergemaal Leutingewolde is genoemd naar de achterliggende polder Leutingewolde, die met dit gemaal op peil gehouden wordt.  

Gemaal Leutingewolde bij het Leekstermeer

Hoogveen

De hoogveengebieden zijn in het verleden bruikbare landbouwgebieden. We zien daar de woldenontginningen : Eelderwolde, Paterswolde, Peizerwold, Leutingewolde,
Foxwolde en Roderwolde. Bruikbaar, maar voor landbouw toch wel met een hoge grondwaterstand. Een wold duidt in Drenthe niet op een bos in het 
algemeen, maar alleen op de bossen langs de beken. Het zijn zogenaamde elzenbroekbossen, bossen in moerasachtige gebied.
De woldontginningen in Noord Drenthe hebben hun basis op de hoger gelegen flanken van de beekdalen. Een goede plek om je te vestigen: 
de hogere delen boden de gelegenheid voor akkerbouw en de ontgonnen wolden konden gebruikt worden als wei- en hooiland.



Hooischuur

 

De hooilanden rondom het Leekstermeer zijn in de wijde omgeving altijd bekend geweest als de hooischuur van Drenthe. 
Deze bekendheid ontleende het gebied aan de vele zogeheten ‘topgrasverkopingen’ die hier plaatsvonden.

Jaarlijks boden de boeren in het voorjaar en het begin van de zomer grote hoeveelheden gras te koop aan.
Het gras werd, zoals men dat tegenwoordig noemt, ‘op staan’ verkocht: het groeide nog op het perceel en de koper moest het vervolgens zelf maaien. 

De kopers kwamen voornamelijk van de armere zandgronden, vooral uit de omgeving van Roden en Norg, waar de beekdalgraslanden niet voldoende
hooi opbrachten om het vee de winterperiode door te helpen. In juni 1969 heeft de laatste ‘topgrasverkoping’ plaatsgevonden.
Het einde van deze verkopingen valt samen met een duidelijke toename van de aankopen door Staatsbosbeheer.
De eerste grondaankoop door Staatsbosbeheer dateert van rond 1964. Sindsdien is in de loop der jaren steeds meer grond verworven.