Uittreksel Drentse Almanak( uitgave 1962) Het Buurtschap Leutingewolde Samengesteld door D.J.Klopstra ( 1939-1995)
Twee kilometer ten noorden van Roden ligt het buurtschap Leutingewolde, als een nog altijd vrij gesloten gemeenschap, slechts door smalle en slecht begaanbare zandpaden en straatwegen met Roden, Peize en Leek verbonden. De oudste bewoners waar mee ik sprak, wisten zich nog te herinneren,dat omstreeks 1880 in Leutingewolde slechts 5 boerenbedrijven waren. De nu door het gehucht lopende straatweg was toen een zandweg; de tegenwoordige akkers waren grotendeels heide en bos. Omstreeks 1880 begon men met het graven van de Rodervaart, van Roden langs Leutingewolde naar het Leekstermeer. Toen het kanaal gereed was en er gelegenheid kwam tot vervoer over water begonnen de boeren,' uit Leutingewolde met het verkopen van zand aan schippers. Voor het graven van het zand had menarbeiders nodig, waarvan er verschillend in Leutingewolde kwamen wonen: Aan een nieuw huis komen was toen nog niet zo erg moeilijk. Als iemand een stel stenen en planken had was hij al een heel 'eind.' Hij begon dan gewoon met hervergaarde materiaal ergens aan de weg te bouwen; Vaak behielp men zich met erg primitieve middelen; in plaats van dakpannen gebruikte men heideplaggen, in plaats van metselspecie soms koemest. Met het zandgraven verdiende men 's zomers f. 0,75 en 's winters f 0,60 /dag. Hiervoor moest men 's zomers werken van 6 - 6 en 's winters van 7 - 5uur.'s Morgens voor- en 's avonds na deze tijd waren de arbeiders nog bezig met het bewerken van het eigen land. Ze konden nl. stukken heideveld van de boer pachten voor ong. f. 7, - /j ./ha.
Deze stukken veld ontgonnen ze dan zelf, om zo aan een stukje bouwland te komen, waarop ze wat rogge en aardappelen konden verbouwen. De rijkste kwamen op den duur ook nog in, het bezit van een koe.
In 1911 werd de zandweg een sintelweg nog later een straatweg. Langzamerhand werd al het omliggende land ontgonnen, zodat momenteel Leutingewolde te midden van akkers en weilanden ligt.
Het tegenwoordige Leutingewolde beantwoord vrij nauwkeurig aan de beschrijving, die A. v. Uxem geeft van het 'kransesdorp'. De weg loopt om de het eerst gebruikte akkers heen. Dan komen de huizen waarvan de boerderijen zijdelings langs de weg of met het vooreinde naar de weg toe staan. Hieromheen bevinden zich hoofdzakelijk weilanden die van elkaar gescheiden zijn door meidoorn-, of eikenhakhoutwallen. Er liggen echter ook wel stukken bouwland tussen. Opmerkelijk is dat men later bijgebouwde boerderijen weer precies zo aan de buitenkant van de toen verlengde weg heeft geplaatst.
Op ca. 1 km. afstand van Roden, aan een zandweg, bevinden zich een 20-tal smalle akkers, die eigendom zijn van sinds eeuwen in Leutingewolde wonende boerengeslachten en die gezamenlijk 'es' worden genoemd. Over gemeenschappelijk bezit kon ik niet veel meer te weten komen.
Iedere boer noemde een gedeelte van de heide 'zijn bezit'.Wel was er tot voorkort tussen de middeIste akkers een stuk braakliggende grand dat 'Manenveld' werd genoemd. Hiervan mocht ieder gebruik maken voor bijv. zandgraven, plaggensteken, enz. Ook ligt nog altijd aan de zijkant van de weg een stukje driehoekig land dat 'de Brink' wordt genoemd en niemands persoonlijke eigendom is.
De huizen die niet langs de straatweg staan zijn verspreid langs verschillende zandwegen. Deze behoren voor het merendeel toe aan arbeiders en kleine zelfstandigen.
Hoogtepunten van gezelligheid waren ook de vele buurtvisites die gehouden werden op vaste tijden. 'Was er een varken of een koe geslacht, dan werden familie en naaste buren uitgenodigd voor de 'slachtvisite'. Naast het drinken van jenever was aan deze visites nog een speciale attractie verbonden. Iedere aanwezige mocht namelijk het gewicht raden van het vet van het geslachte dier. Dit vet werd in een kom op tafel gezet en bleef zo de hele avond als sierrad staan.
Op Nieuwjaarsdag nodigde men de naaste buren die dan, gezamenlijk met de familie, de knechten en de meiden, om de tafel kwamen zitten. Midden op de tafel stond dan een grote kom brandewijn met rozijnen waar ieder om beurten een slok uit nam. Dat men zelfwel enigszins begreep dat, uit hygiënisch oogpunt, niet helemaal juist,was
blijkt wel uit het gezegde: 'Alcohol zuivert'. .
Na Nieuwjaar werden de officiële Nieuwjaars visites gehouden en voor 1 februari moest iedere boer iedere andere boer met zijn vrouw eenmaal op visite hebben uitgenodigd. Meestal 2 a 3 tegelijk per avond. 0p zo'n avond werd er meestal veel jenever geschonken, waarbij men zelfgebakken nieuwjaarsroIletjes kregen .Iedere gast kreeg minstens 10 rolletjes bij zijn of haar glaasje. Het was echter in hoge mate onbeleefd deze allemaal op te eten. Voor 1 februari moesten alle Nieuwjaarsvisites zijn afgelopen. Men zei: '31 Januari is nog nieuw jaar'.
Omstreeks 1880 was Leutingewolde, hoewel behorend tot de gemeente Roden, toch eigenlijk een apart dorpje met eigen leefregels. Enkele oude mensen uit Leutingewolde wisten zich nog te herinneren dat vroeger, bij hun ouders thuis, een boekje had gelegen waarin allerlei ge- en verboden waren vermeld waar de inwoners van Leutingewolde zich aan moesten houden. Van deze boekjes was echter niets meer te vinden. Wel vond ik iets yan een 'willekeur van Roden' uit 1495 waarui ik hier enkele artikelen laat volgen die betrekking hebben op het 'varkenskrammen, het verjagen van kraaien en eksters, de wolvenjacht en de prijzencontrole:
Art 4 Item soe sullen dye schurherden ummegaen XIII daege voer Mey ende krammen dije swijnen; ende elck sal krammen laeten dat swijn bij eenen kanne beers.
Art 5 Item sal soe nemant kreyen of externsten up sijn hof holden, bij eene halve tonne beers
Art 12 Item als men thoe panderoepet up dije wulveyacht, soe sal elck rede wesen myt den
panden up der yacht ende up dye vloeghelen ende nemant bynden anderen toe staen. Qwer emant daerover beschenen oft versumede de wolven, dije sal bren eene halve, tonne beers.
Art 44 Item sal men aIle waer gheven ende vercoepen ghelijck als toe Groeninghen gelt; bij
verlyes gheven dant thoe Groeninghen gelt; bij verlyes dye ware ende een halve tonne beers thoe broeke
In deze regels zien we dat in die tijd boeten in natura (bier) moest worden opgebracht
Het vroegste Leutingewolde.
Tot voor ca. 40 jaar was Leutingewolde vrijwel geïsoleerd van de omliggende Plaatsen. Roden, Peize en Leek waren alleen via een mulle zandweg te bereiken. Het is dan ook te begrijpen dat Leutingewolde , toen veel meer dan tegenwoordig het geval is, een gemeenschap op zichzelf was; Levensmiddelen kon men bij de, aan het Café verbonden kruidenierswinkel, verkrijgen en verder zorgde men vrijwel geheel voor zichzelf. Men bakte zelf brood, karnde boter', Slachtte vee,' enz. Ook de gezelligheid zocht men in eigen Buurtschap. Gedurende de wintermaanden werd er veelvuldig gekIaverjast in het café, waarbij het dan ook vaak om prijzen ging aIs hazen en konijnen. Verder was er er ‘comedie' waarvan een 12-tal personen,' alIen afkomstig uit Leutingewolde; lid waren. Een maal/jaar hield deze 'comedie' een uitvoering in het Café, waarbij dan, op echte 'rederijkersmanier' eerst een ernstig en daarna een luimig stuk werd vertoond.
De oudere mensen wisten zich nog wel enkele bepalingen uit de ' willekeur van Leutingewolde' te herinneren. Deze regels stonden toen in het reeds eerder genoemde boekje dat in ieder gezin aanwezig was.
Bij geboorte moesten de twee naasten buurvrouwen helpen; de mannen moesten met de nieuwe vader mee naar Roden om het kind aan te geven.
Bij een sterfgeval moesten 6 'noabers' rechts en links drager zijn. Een van hen moest de klok luiden.
Bij een sterf geval moest de dichtstbijzijnde boer die een zwart paard bezat dit beschikbaar, stellen voor de begrafenis. ( Bij de begrafenis van een boer werden vaak 2 paarden voor de wagen gespannen)
Iedere volwassen·inwoner van Leutingewolde moest lid zijn van de begrafenisvereniging. Eenmaal per jaar hield deze vereniging een bijeenkomst bij de een of and ere boer thuis. Hierbij was ieder lid verplicht aanwezig te zijn. Kwam hij niet dan moest hij een boete van 35 cent betalen.
Gingen bijv. 2 buren met de vader mee naar het gemeentehuis om een nieuwgeborene aan te geven, dan· was het traditie dat dit drietal die dag niet meer kon werken omdat ze hun roes moesten uitslapen. Ook vrouwen dronken op de kraanvisite een stevige borrel. Als we dan nog bedenken dat ook bij begrafenissen vrij veel gedronken werd, dan kunne we stellen dat het in Leutingewolde jenever was van de wieg tot het graf. Toch kwam ondanks dit alles openbare dronkenschap weinig voor.
Bij een bruiloft brachten de boeren op versierde wagens de mensen naar en van het gemeentehuis. In de kerk trouwen was geen gewoonte. ' s Avonds werd er feest gehouden in het café of in een boerenschuur. Men behoorde hierbij minstens 4 buren aan iedere kant van het huis van de bruid uit te nodigen. Tijdens het feest 's avonds kwamen de 'pannekoekjongens', de knechten uit de buurt, een gedicht opzeggen om, na een glaasje gedronken te hebben weer weg te gaan.
Zo wachtte men met een bepaalde bezigheid, bijv. de oogst, tot de aanzienlijkste boer het initiatief had genomen.
Vanaf 2 februari behoorde men 's avonds bij daglicht te eten. 12 Augustus moesten de knoIlen worden gezaaid.
20 September, voor Rodermarkt, moesten de aardappels zijn gerooid.
In het najaar dorste men het boekweit gezamenlijk op de Brink. Alle boeren dorsten dan dagen tot alles was gebeurd. Dan gaf men nog gezamenlijk een klap op de grond, de z.g. 'polsslag'.
Uit alles wat hier genoemd is blijkt wel dat het vroegere Leutingewolde een echte collectieve gemeenschap was waar het individu zich richtte naar wat de traditiebepaalde.
Wat verdween en wat bleef
De jeugd zoekt niet meer ontspanning in de eigen buurtschap. De onkerkelijke jeugd gaat ' s avonds dansen in cafés te Roderwolde, Roden of Leek, maar nooit in Leutingewolde zelf. Men voelt er niet voor om op de vingers gekeken te worden.
Allerlei gebruiken waaraan men zich sinds mensenheugenis gehouden heeft, zijn nog geheel in ere.
Zo heeft men nog de nieuwjaars visites tot 1 febr. maar men nodigt niet meer zo veel uit. Meestal alleen de vier naaste buren.
Een bruiloft is nog altijd een evenement voor heel Leutingewolde. Iemand gaat enkele dagen van tevoren bij alle huizen langs om F. 10,- op te halen. Van het verzamelde geld worden dan een of me er cadeaus gekocht terwijl als tegenprestatie uit ieder gezin ' s avonds twee personen op de bruiloft mogen komen.
De bruiloft wordt net als vroeger gehouden in' het café of in een boerenschuur.
Meestal wordt er clan feest gevierd tot 4 a 5 uur in de morgen, waarna de boeren daarna meteen gaan melken.
De ongeschreven 'naoberplichten' worden ook nu nog als juist erkend. Toen in de zomer van' 59 een boer ziek werd, gingen de jongens uit Leutingewolde op Zondag samen het hooi voor deze man binnenhalen, nog precies zoals dat vroeger gebeurd zou zijn.
Toen er datzelfde jaar hooibroei bleek te zijn op een boerderij, kwamen alle boeren helpen om het hooi naar buiten te steken. Men werkte de gehele dagen nacht aan een stuk door tot het brandgevaar geweken was.
Ter aanmoediging had de boer een grote hoeveelheid jenever neergezet waarui men onbeperkt mocht gebruiken. In andere opzichten is de verhoudingen wat zakelijker geworden:
Moest vroeger een keuterboer zonder paard of wagen zijn hooi binnenhalen, dan hielp, als hem dat gevraagd werd, een van de boeren hem hierbij gratis.
Tegenwoordig neemt iemand, die geen paard en wagen bezit, betaalde hulp om de oogst binnen te halen. Vraagt hij nog wel een paard te leen, dan moet hij als tegenprestatie enkele dagen bij de boer, van wie het paard is, werken.
Toch is er, wat het oogsten betreft, nog wel een zekere band. Gaat iemand bijv. met de roggeoogst beginnen, dan volgen de anderen binnen niet al te lange tijd. Over iemand die hooi of graan langer dan de anderen op het land laat staan wordt misprijzend gesproken. Zo ging bijv. een boer op een dag dat het geschikt weer was om te hooien op visite. Hierover werd algemeen afkeurend gesproken.
Tot voor kort had men gezamenlijk allerlei landbouwmachines die dan om beurt werden gebruikt. iemand die dan het laatst aan de beurt was kreeg zijn oogster te laat af Dat is nu veranderd. Op het ogenblik heeft iedere boer zijn eigen maaimachine, hooihark, e.d.
Het gezin in Leutingewolde
Er is nogal verschil tussen het boeren- en het arbeidersgezin.
In het boerengezin kunnen we nog vrij veel van de patriarchale verhouding vinden. Vaak wonen nog 3 generatie in een huis of zelfs in een woonvertrek bijeen. De opvoeding van de kinderen gebeurt meestal hoofdzakelijk door de grootouders. Dat geeft nog wel eens botsingen omdat zowel ouders als grootouders denken het meest over de kinderen te zeggen te hebben. De ouders hebben vaak wel iets gehoord of gelezen over modem opvoeding, terwijl de grootouders dit meestal onzin vinden. Deze grootouder hebben toch vaakduidelijk nog een zeker gezag; in moeilijke situaties wordt hun raad door hun kinderen nog vaak gewaardeerd en opgevold.
In het arbeidersgezin liggen de toestand enigszins anders:
Dit zijn uitsluitend gezinnen van ouders met kinderen. Deze kinderen worden, zodra ze van school komen, naar een fabriek gestuurd of krijgen een baantje als boerenknecht, broodbezorger of iets dergelijks:,.
Tussen 1930 en 1945 werden te Leutingewolde 35 kinderen geboren; 27 volgden na de lagere school geen verdere opleiding, 2 gingen naar de L.T.S. en 6 naar de ULO of HBS. Hierbij is opmerkelijk dat de kinderen die wel verder onderwijs volgden, uitsluitend uit gereformeerden gezinnen afkomstig zijn; zowel van arbeiders als van boeren.
Op veel bedrijven werkt de vrouw geregeld mee, vooral bij bezigheden als melken, vee voeren,hooien, etc.
Middelen van bestaan
Leutingewolde is een gemeenschap met een overwegend agrarische bevolking. Toch is de tijd, dat iedereen werk vond op het gemengde bedrijf, voorbij.
Tot voor ca. 5 jaar was dit nog wel zo Toen waren er, behalve 15 boeren, ook nog 7 keuters. Deze laatsten waren in het bezit van 1 - 4 koeien, een stukje weiland en een paar akkers waarop rogge, haver, aardappels werden verbouwd. Zo'n bedrijfje was eigenlijk niet voldoende om in eigen onderhoud te voorzien. Men moest vaak 's winters rondkomen van F. 15,- melkgeld per week. De meeste kleine boeren hadden er dan ook verschillende werkzaamheden bij om iets bij te verdienen: - in drukke tijden helpen bij de boer (dagloner)
- werkzaamheden in de polder
- een melkrit - in de bietencampagne werken op de suikerfabriek
De opkomst van deze boerenbedrijfjes viel meestal in de laatste jaren voor de 2e wereldoorlog. Toen tijdens de regering Colijn was er namelijk een 'steun voor kleine boeren' waarvan ieder, die daarvoor in aanmerking kwam, wekelijks F. 7,- kon krijgen. Voor verschillende arbeiders was dit zo aanlokkelijk dat ze ook met een eigen bedrijfje begonnen, al bleven ze er dan ook op bepaalde tijden ander werk bij doen. Na de oorlog was er geen steunmeer; bovendien kregen ze geen kinderbijslag, moesten zijzelf het ziekenfonds betalen en kregen geen enkele uitkering bij ziekte of ongeval. De meesten begonnen dan ook in te zien dat het altijd armoede zou blijven als ze zo' doorgingen. Tussen de 10 'echt' Drentse boeren uit Leutingewolde en de 5 later in gekomen uit Friesland en Groningen zijn duidelijk verschillen aan te wijzen: Allereerst in de manier van werken. Een echte Drent maakt zich - behalve in de oogsttijd , nooit druk. Hij werkt de hele dag, vaak tot donker toe, maar steeds in een kalm tempo en heeft steeds tijd voor een praatje. De niet-Drenten werken overdag geregeld door, maar doen 's avonds na het eten geen werk meer. Deze (overwegend gereformeerden) zijn 'de meeste avonden bezet in bestuursfuncties van allerlei verenigingen in Roden.
Een en verschil punt is ook het werken met personeel: Op de Drentse boerderij werkt men, als het enigszins mogelijk is, met eigen mensen; vaak werkt ook de vrouw mee. Op de niet-Drentse bedrijven heeft men meestal een knecht, soms een arbeider en bovendien nog een meid. Een verschilpunt is ook dat, als men personeel nodig heeft, dit op een Drents bedrijf in het gezinsverband wordt opgenomen -knecht en meid noemen de boer gewoon bij de voornaam op de andere bedrijven is de afstand veel groter.
In de eerste plaats is de Drent gehecht aan het eigen gemengd bedrijf al zou hij de kans krijgen met een bouwboerderij te beginnen, dan zou hij die waarschijnlijk toch niet benutten.
Verder is de Drent voorzichtig. Hij zal zeker niet wagen een groot bedrag op te nemen om daarmee zijn bedrijf wat groter op te zetten.
Men is erg gehecht aan eigen bezit en kan er moeilijk afstand van doen. lets op afbetaling kopen doet hij zelden.
In Leutingewolde heeft zowel iedere boer als iedere arbeider zijn eigen huis met in ieder geval een behoorlijke tuin.
De Drent heft ook belangstelling voor zaken die niet met het eigen bedrijf te maken hebben. Die belangstelling gaat hoofdzakelijk uit naar oude historie (vooral als deze met een enigszins geheimzinnige waas is omgeven), kennis van de bodem en van de natuur.
Komen de mensen van Leutingewolde bij elkaar op bezoek, dan worden nog vaak verhalen verteld. Bijv. dat voeger op een stuk bouwland in Leutingewolde en kasteel moet hebben gestaan. Ook spreekt men dan veel over merkwaardige planten, dieren of stenen die men gezien heeft.
De oude beleefdheidvormen zijn op het ogenblijk, vooral bij oude mensen, nog wel in ere.
Ben boerenvrouw vertelde verontwaardigd dat een veekoopman, die in hun huis was geweest, op haar aandringen 3 glaasjes jenever had gedronken. Deze koopman zou beleefd zijn geweest als hij, ondanks het 'neugen' van de boerin na het eerste glaasje had bedankt. Voor een buitenstaander lijkt dit vreemd maar een Drent vindt het heel normaal.
Bovendien hoort het tot de Drentse beleefdheid de ander nooit tegen te spreken ook al is men het met die ander niet mee eens.
Kerk en geloof
De oorspronkelijke bevolking van Leutingewolde is vrijwel zonder uitzondering Ned. Hervormd. De tijd dat dit hervormd zijn samenging met kerkgang is echter allang voorbij. Omstreeks 1920 liet men nog wel de kinderen
dopen, maar dit alleen maar uit een zeker bijgeloof. ' Anders zijn het heidenen' zei men.
Ook allerlei andere vormen van bijgeloof bestonden in die tijd nog:
Zo geloofde men vast dat in de Kerstnacht om 12 uur al het vee ging staan en al het water in wijn veranderde. Iemand die zei dit te willen controleren werd een goddeloze spotter genoemd.
's Avonds voor de eerste Kerstdag mocht en geen draaiende beweging, zoals die bij aardappel schillen, koffie malen e.d. nodig zijn, maken. De dienstbode gaf men daarom die avond maar vrij.
De tegenwoordige hervormden zijn absoluut onkerkelijk.
Ze laten ook - sinds ca. 15 jaar - hun kinderen niet meer dopen. Alleen bij de begrafenis moet beslist een dominee aanwezig zijn.
Bij de oudere mensen krijgt men nog wel de indruk van een zeker geloof aan een 'Hogere Macht' waarvan men afhankelijk is.
Ben boer van ca. 70 jaar uit Leutingewolde zaait altijd het koren met ontbloothoofd. Met-de-pet-op-zaaien is volgens hem 'niet eerbiedig'